Duyck & Cattrysse | Advocatenkantoor Ieper
+32 (0)57 20 70 40 info@duyckencattrysse.be
Kantoor Ieper Dehaernestraat 29 B-8900 IEPER
Kantoor Brussel G. Lefeverlaan 23 B-1160 Brussel
Kantoor Gent Lotenhullestraat 38 B-9881 Aalter

Nieuws

Home       Nieuws

database
Olivier Cattrysse
31 jan. 2018
burgerlijk, vastgoed

Wijzigingen van het appartementsrecht vanaf 1 januari 2019

De wetgever zit niet stil. Sinds 1 januari 2019 zijn een aantal wijzigingen binnen het appartementsrecht. Onderstaand lichten wij enkele wijzigingen toe.

Zo moest voorheen een meerderheid van 3/4 behaald woden voor een beslissing omtrent werken aan de gemene delen. Vanaf 2019 moet er slechts een meerderheid van 2/3 behaald worden. Voor de wettelijk verplichte werken inzake isolatienormen of brandveiligheid moet voortaan slechts een meerderheid van 1/2 behaald worden.

De vereiste unanimiteit voor afbraak en heropbouw van het gebouw omwille van veiligheids- of hygiënische redenen of bij buitensporige renovatiekosten, verdwijnt.

Een aantal onderwerpen van de statuten van een VME worden overgeheveld naar het huishoudelijk reglement.

De opbouw van een rerservefonds wordt verplicht. Elke mede-eigenaar moet jaarlijks vijf procent van het voorafgaande boekjaar storten in het reservefonds. Er kan slechts van voormelde regeling worden afgeweken indien 4/5 van de mede-eigenaars stemmen tegen de opbouw van een reservefonds.

De syndicus wordt verplicht een duidelijke lijst voor te leggen van welke prestaties in het maandelijks forfait zitten begrepen en de tarieven die gelden voor bijkomende prestaties. Prestaties die niet op de lijst vermeld staan, komen niet in aanmerking voor vergoeding, behoudens uitdrukkelijke goedkeuring van de algemene vergadering.

Bij verzuurde relatie tussen de mede-eigenaars kan de syndicus of een 1/5 meerderheid de aanstelling van een bewindvoerder vragen bij de Vrederechter.

De syndicus mag autonoom beslissen om een mede-eigenaar aan te manen of te dagvaarden voor achterstallige bedragen.

Wenst u meer informatie te bekomen over het gewijzigde appartementsrecht kunt u ons steeds contacteren voor een afspraak. Wij lichten u daarbij graag de gewijzigde reglementering toe.

 

Olivier CATTRYSSE
23 okt. 2018
burgerlijk

Gewijzigde huurreglementering

Sinds 1 september 2018 is de reglementering voor het verhuren van een woning, studentenkamer of tweede verblijf gewijzigde in Wallonië. De federale huurreglementering is sinds 1 september 2018 voor het Waals Gewest komen te vervallen. Voorzien wordt dat deze ook in Vlaanderen wijzigt tegen 1 januari 2019. In het Brussels Gewest was dit reeds het geval sinds 1 januari 2018.

Sluit u een nieuw woninghuurcontract voor een woning gelegen in het Waals Gewest, dan voorziet de nieuwe reglementering in enkele verplichte vermeldingen. Nieuw is bv. dat de huurder elk jaar verplicht bewijs dient aan te leveren dat hij/zij een brandverzekering is aangegaan. Wordt dit bewijs niet aangeleverd, dan kunnen wij u aanraden uw eigen polis uit te breiden met 'afstand van verhaal' en de kost hiervan door te rekenen aan uw huurder.

Sluit u een contract met een huurder voor een termijn van drie jaar of minder voor een hoofdverblijfplaats, dan kan de huurder dat contract voortaan opzeggen met een opzeg van drie maanden en een vergoeding van één maand huur. Als verhuurder kan men dergelijk contract opzeggen voor eigen gebruik na het eerste huurjaar en met betaling van één maand huur.

Ook bij overlijden van de huurder, wordt het voortaan eenvoudiger in het Waals Gewest om de stopzetting van de huur te bekomen.

Belangrijk is aldus te weten dat de huurreglementering in het Waals en Brussels Gewest niet langer overeenstemt met deze die gehanteerd wordt in het Vlaams Gewest. Het Vlaams Gewest valt immers nog steeds terug op de federale Woninghuurwet. Wat betreft het Vlaams Gewest zijn er wel reeds ontwerpteksten die voorzien in een eigen gewestelijke reglementering, doch deze werden nog niet definitief goedgekeurd. De nieuwe regels voor het Vlaams Gewest worden voorzien vanaf 1 januari 2019.

Laat u aldus goed informeren alvorens u een nieuwe huurovereenkomst aangaat in één van de 3 gewesten, gelet op de eigen reglementering.

Olivier Cattrysse
5 sept. 2018
burgerlijk

Onterven van de langstlevende echtgenoot mogelijk?

De mogelijkheid om in geval van een nieuw samengesteld gezin de langstlevende echtgenoot in onderling akkoord te onterven wordt verruimd. Wanneer een echtgenoot kinderen uit een vorige relatie heeft, kunnen de echtgenoten bij huwelijksovereenkomst een regeling over hun erfrecht in elkaars nalatenschap treffen. Tot nu mocht er hierbij niet geraakt worden aan de concrete reserve: de langstlevende echtgenoot had steeds recht op het vruchtgebruik van de gezinswoning en het huisraad. Die beperking wordt nu geschrapt. Waardoor de langstlevende echtgenoot ook de concrete reserve kan ontnomen worden. Maar het is geen alles of niets verhaal.

De echtgenoten kunnen immers ‘geheel of ten dele’ een regeling treffen over hun rechten in de nalatenschap van de andere. Ze kunnen bv. een vruchtgebruik op de gezinswoning voor enkele jaren bedingen in hoofde van de langstlevende. Dan is er een gedeeltelijke verzaking aan de concrete reserve.
Let wel: de langstlevende heeft in elk geval het recht van bewoning op de gezinswoning en het recht van gebruik van het huisraad gedurende zes maanden vanaf het openvallen van de nalatenschap (dus geen vruchtgebruik). Dit recht van bewoning en gebruik gedurende zes maanden mag hem niet ontnomen worden. Die overgangsperiode moet voldoende zijn om een andere woning te vinden. De langstlevende kan wel aan het recht van gebruik en bewoning verzaken.

Bron: Wet van 22 juli 2018 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en diverse andere bepalingen wat het huwelijksvermogensrecht betreft en tot wijziging van de wet van 31 juli 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse bepalingen ter zake, BS 27 juli 2018 (art. 3–5 en 7)
Zie ook: https://jura.kluwer.be/secure/documentview.aspx?id=kl2247735

Olivier CATTRYSSE
21 nov. 2017

Van 17 naar ... 4 vennootschapsvormen

De Minister van Justitie legt de laatste hand aan het voorontwerp van de hervorming van het Wetboek van Vennootschappen. Wellicht zullen de wijzigingen in 2018 definitief in voege treden.

Eén van de maatregelen bestaat eruit van de 17 vennootschapsvormen die er op vandaag bestaan, slechts 4 over te laten. Het gaat om de NV, BV (nu de BVBA), de CV (nu de CVBA) en de maatschap.

Het voorstel dat op heden op tafel ligt voorziet in een kennismakingsperiode van 1 jaar na de publicatie van de wet. Vanaf het boekjaar daarna hebben bestaande vennootschappen 10 jaar de tijd om hun statuten in orde te brengen.

Olivier CATTRYSSE
16 nov. 2017

Paal en perk aan het kraken van panden

Kraken is voortaan een strafbaar misdrijf ingevolge de aanpassing van art. 439 van het Strafwetboek. Voormeld artikel voorzag dat wie zonder bevel van de overheid en buiten de gevallen waarin de wet toelaat in de woning van bijzondere personen tegen hun wil binnen te treden, in een door een ander bewoond huis, appartement, kamer, verblijf of in de aanhorigheden ervan hetzij binnendringt met behulp van bedreiging of geweld tegen personen of door middel van braak inklimming of valse sleutels, een strafbaar feit begaat.

Het artikel werd thans aangevuld met de bewoordingen:

"hetzij dit goed bezet, hetzij erin verblijft zonder toestemming van de bewoners wordt gestraft met een gevangenisstraf van 15 dagen tot 2 jaar én een geldboete van 26 tot 300 euro."

De bepaling is algemeen en is ook van toepassing op bv. het kraken van verplaatsbare garageboxen of tuinhuizen.

Het misdrijf blijft evenwel een klachtmisdrijf. Dat wil zeggen dat zolang een persoon die houder is van een titel of een recht op het betrokken goed, geen klacht indient, er ook geen sprake is van een misdrijf.

Het nieuwe artikel heeft als voordeel dat een lange procedure voor de Vrederechter thans wordt vermeden en een uithuiszetting thans kan worden bevolen binnen de 8 dagen. De wetgever heeft voorzien dat dit artikel in 2020 zal worden geëvalueerd.

Bron: Wet van 18 oktober 2017 betreffende het onrechtmatig binnendringen in, bezetten van of verblijven in andermans goed, BS 6 november 2017.

 

Olivier CATTRYSSE
10 nov. 2017

Wij verwelkomen een nieuw lid in ons team: Mr. Julie PODEVYN

Sinds 2 oktober 2017 werd ons team versterkt met de komst van Mr. Julie PODEVYN.

Zij studeerde af als master in de rechten en master in het notariaat aan de Universiteit Gent in 2017.

Sinds 17 oktober 2017 is Mr. PODEVYN opgenomen op de lijst van stagiairs aan de balie Ieper.

Olivier CATTRYSSE
23 aug. 2017
burgerlijk, familie

Verwerping van nalatenschap kan sinds 03/08/2017 enkel nog via de notaris

Wie een nalatenschap - waarop hij/zij gerechtigd is - wil verwerpen, kan dit sinds 03/08/2017 enkel nog doen via een verklaring voor de notaris, in een authentieke akte. De mogelijkheid om dergelijke verklaring af te leggen ten overstaan van de griffier van de Rechtbank van Eerste Aanleg, werd geschrapt met art. 117-123 Potpourri V.

In een eerste fase worden deze akten door de notaris - op kosten van de erfgerechtigde - gepubliceerd binnen de 15 dagen na datum van akte in het Belgisch Staatsblad. In een tweede fase zullen deze verklaringen verzameld worden in een centraal erfrechtregister, dat op heden evenwel nog niet bestaat. De invoering ervan is voorzien uiterlijk 1 januari 2020.

De verwerping is gratis wanneer de verwerper vermoedt dat het netto-actief van de nalatenschap niet hoger is dan 5.000 euro. Hij moet dat op eer verklaren in de akte. De drempel van 5.000 euro wordt om de drie jaar geïndexeerd.

Bij dergelijke kleine nalatenschappen is de erfgerechtigde vrijgesteld van de erelonen en kosten van de instrumenterende notaris voor de authentieke vaststelling van de verklaring van verwerping, de registratierechten voor de authentieke akte, het recht op geschriften en de kosten van publicatie in het Staatsblad.

Olivier CATTRYSSE
11 juli 2017
verkeer

Strijd tegen onbetaalde verkeersboetes is geopend

Met wet van 8 juni 2017 tot wijziging van de artikelen 52 en 53 van de programmawet van 25 december 2016, is het voortaan mogelijk voor de politie om betaling af te dwingen van onbetaald verkeersboetes via ANPR-camera's. Voordien was deze techniek van het innen van onbetaalde verkeersboetes voorbehouden aan de mobiele brigades van Douane en Accijnzen.

Dit impliceert meteen ook dat politieambtenaren in geval van niet-betalen het voertuig in beslag mogen nemen.

Wanneer de politieambtenaren tijdens een controle op de openbare weg via hun slimme camera een voertuig detecteren waarvan de eigenaar nog een openstaande verkeersboete heeft, mogen ze dat voertuig aan de kant zetten om het bedrag te innen. In geval van niet-betalen mogen ze het voertuig in beslag nemen.

Het bericht van inbeslagneming wordt binnen de 2 werkdagen verstuurd naar het adres van de titularis die op het kentekenbewijs staat. Is dit de bestuurder dan kan het bericht ook onmiddellijk worden overhandigd. De titularis moet het bericht zo nodig overhandigen aan de eigenaar van het voertuig.

Het voertuig wordt in beslag genomen op kosten en risico van de eigenaar of de persoon die als titularis van het kenteken van het voertuig wordt vermeld.

Voertuigen blijven aan de kant tot de achterstallige sommen én de kosten (o.a. takelkosten en stallingskosten) volledig zijn betaald. Gebeurt dat niet binnen de 10 werkdagen na de datum waarop het voertuig in beslag werd genomen, dan kan de ontvanger bevoegd voor de invordering van de penale boeten beslissen om over te gaan tot verkoop van het voertuig.

Olivier CATTRYSSE
09 jun. 2017
handel

Praktische tip: de einddatum voor het indienen van uw jaarlijkse belastingsaangifte

Het is weer zover... het indienen van de jaarlijkse belastingsaangifte. Voor vennootschappen waarvan het boekjaar afsluit op 31.12.2016 moet de aangifte vennootschapsbelasting ingediend zijn op 27.09.2017. Wat betreft uw privéaangifte gelden de volgende data: 29.06.2017 als u zelf uw aangifte op papier indient, 13.07.2017 zo u dat doet via Tax-on-Web en 26.10.2017 als uw boekhouder voor u uw aangifte elektronisch indient.

Wat als u dit niet op tijd doet? Dan riskeert u een boete van €50 tot €1.250 overeenkomstig art. 445 WIB92; art. 229/1 KB/WIB 92.

Dat is evenwel niet alles. Naast deze boete riskeert u tevens een belastingsverhoging van 10%. Hoewel de Rechtbank van Eerste Aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge op 18 april 2016 oordeelde dat art. 444 WIB92 niet geldt voor een laattijdige aangifte, heeft de wetgever beslist om zéér binnenkort de wetgeving aan te passen in het voordeel van de fiscus. Het wetsvoorstel is immers reeds klaar en wacht nog enkel op goedkeuring - wat tegen de zomer te verwachten valt.

Voor een eerste overtreding te goeder trouw, waarvoor een belastingverhoging van 10% geldt, kunt u uw controleur vragen om die niet toe te passen (Comm. IB 444/22).

Tijdig uw aangifte indienen, is dus de boodschap!

 

 

Olivier CATTRYSSE
31 mei 2017
handel, voorwaarden, burgerlijk

Herroepingsrecht voor de consument: een automatisme?

~~Veelal gaan consumenten uit van de verkeerde veronderstelling dat zij bij elke aankoop het recht hebben om hun aankoop binnen een termijn van 2 weken te herroepen.  Wanneer heeft de consument dan wel dit recht?


Wanneer de consument een goed aankoopt in de winkel, dan is de handelaar niet verplicht een herroepingsrecht van 2 weken aan te bieden. Doet men dit wel, dan is dit een loutere commerciële tegemoetkoming van de handelaar.


Werd er door de consument een goed besteld in de winkel en thuis geleverd, dan heeft de consument ook in deze situatie geen herroepingsrecht, tenzij anders werd overeengekomen.


Verder is er ook geen herroepingsrecht voorzien bij een telefonische bestelling, voor zover het gaat om een occasionele verkoop en niet om een vaste praktijk.


Koopt de consument online een goed aan, gaat het om een verkoop of afstand waar wel een herroepingsrecht is voorzien. In deze situatie heeft de consument het recht om binnen de 14 dagen af te zien van zijn aankoop. Een uitzondering is voorzien voor goederen die op maat werden gemaakt, alsook voor goederen die wegens gezondheidsbescherming niet kunnen worden teruggenomen of voor hygiëne verzegelde goederen. Het is aangeraden als handelaar om de consument in te lichten wanneer U toepassing wenst te maken van één van deze uitzonderingen.


Het herroepingsrecht begint te lopen vanaf het moment dat de consument het besteld goed in ontvangst heeft genomen. Wanneer het gaat om een dienst die werd besteld, dan begint de termijn voor herroeping te lopen vanaf datum van bestelling.

Olivier CATTRYSSE
27 apr. 2017
voorwaarden

Betalen binnen de 30 dagen?

Zowel de ondernemer als de klant hebben er baat  bij duidelijk te communiceren omtrent de betalingstermijn voor een afgeleverde factuur. Of de klant al dan niet beschikt over een betalingstermijn van 30 dagen, dan wel toepassing kan gemaakt worden van de betalingstermijn conform de algemene voorwaarden, daar bestaan veel misvattingen over.

Iedereen heeft het wellicht al meegemaakt. Als ondernemer ervaart u dat uw klant te laat betaald heeft, als klant stelt u zich de vraag of uw leverancier rechtsgeldig nalatigheidsintresten kan eisen wanneer u na vervaldatum van de factuur betaalt.

De Europese regelgeving voorziet in uniforme betalingsregels die als algemene regel stellen dat er een betalingstermijn van 30 dagen dient in acht te worden genomen. Is die 30 dagen-termijn dan altijd de regel? Ja en neen.

De klant heeft enkel recht op de betalingstermijn van 30 dagen zo er geen andere betalingstermijn werd overeengekomen. Het volstaat als ondernemer niet om aan de klant zijn/haar algemene voorwaarden - waarin een kortere betalingstermijn wordt bedongen - slechts voor het eerst mede te delen bij het versturen van de factuur. In dat geval kan de ondernemer de toepassing van zijn/haar algemene voorwaarden niet afdwingen wanneer de klant een particulier betreft. De kaarten liggen anders zo de klant een professioneel is. De ondernemer doet er aldus goed aan om de algemene voorwaarden aan zijn/haar klanten kenbaar te maken bij het afleveren van een offerte of bestelbon, en de klant dient deze tijdig te protesteren zo hij/zij niet instemt met deze algemene voorwaarden.

Kan een verkoper / dienstverlener bijkomende kosten aanrekenen voor het versturen van een ingebrekestelling - het zogenaamde schadebeding? Ook hier is er een tendens in de rechtspraak die stelt dat dergelijke clausule t.a.v. particulieren slechts uitwerking kan hebben, zo er in de algemene voorwaarden ook in een sanctie voorzien wordt als de verkoper/dienstverlener zijn plichten niet nakomt. In de relatie professioneel-particulier is er aldus een wederkerigheid vereist.

Voorzien de algemene voorwaarden van de handelaar niet in een clausule m.b.t. nalatigheidsintresten (betaling na vervalldatum), dan valt de verkoper/ dienstverlener terug op de wettelijke intrestvoet bij betalingsachterstand. Die bedraagt momenteel 8% voor beroepsmatige klanten en 2% voor particuliere klanten.

Olivier CATTRYSSE
27 apr. 2017
handel

Online aangifte van schuldvordering uit de startblokken

Sinds 1 april 2017 is het mogelijk om online een schuldvordering in te dienen bij de curator van een faillissement. Alle faillissementsdossiers worden immers voortaan elektronisch bewaard in het 'Centraal Register Solvabiliteit' (Wet van 1 december 2016).

Voordeel van deze manier van werken is dat u een zgn. verliesattest ontvangt, waarmee de factuur afgeboekt kan worden en niet belast wordt. Tevens kunt u de reeds doorgestorte btw terugvorderen.

Het indienen van een elektronische aangifte is betalend. De aangifte wordt bovendien pas als volledig aanzien, na ontvangst van betaling.

Als advocaat zijn wij in de mogelijkheid als bijzonder gevolmachtigde deze online aangifte voor u te doen. Bovendien is het belangrijk dat u zich laat adviseren bij het indienen van de aangifte. U dient immers meteen eventuele voorrechten in te roepen.

Olivier CATTRYSSE
29 maa. 2017
burgeriljk

Bewijslast en beperkte mogelijkheid tot verzet in strafzaken

De fameuze Potpourri II-wet van 5 februari 2016 omvatte ondermeer het beperkte rechte op verzet in strafzaken. De wet wijzigde art. 187 van het Wetboek van strafvordering in die zin dat het verzet ongedaan werd beschouwd indien de eiser in verzet, persoonlijk of in de persoon van een advocaat verschijnt en vaststaat dat hij kennis had van de dagvaarding in de procedure waarin hij verstek heeft laten gaan.

Het verzet werd enkel ontvankelijk verklaard in voormeld geval, indien er sprake was van overmacht of een wettige reden van verschoning.

Deze nieuwe wetgeving heeft echter tot gevolg dat de rechtszoekende bij onoplettendheid het rechtsmiddel verzet niet langer zal kunnen aanwenden. De wetgever heeft voormeld artikel gewijzigd teneinde te vermijden dat het rechtsmiddel verzet als een aanleg zou worden aanzien, naast de beroepsprocedure.

Het gevolg is echter dat de rechtspraak niet eenduidig is omtrent wat als overmacht kan worden aanzien. Bovendien is er ook nood aan invulling van het begrip "vaststaat dat hij kennis had van de dagvaarding in de procedure waarin hij verstek heeft laten gaan".

Thans heeft het Hof van Cassatie in een arrest van 17 januari 2017 bepaald dat het aan het openbaar ministerie of de burgerlijke partij is om te bewijzen dat de verzetdoende partij die kennis had. De verzetdoende partij moet dit niet bewijzen.

Belangrijk hierbij is dat het Hof van Cassatie bepaalde:

"Uit het enkele feit dat een dagvaarding werd betekend aan de woonst van de verzetdoende partij, kunnen de appelrechters niet afleiden dat hij kennis had van de dagvaarding."

Het arrest van het Hof van Cassatie stelt aldus het rechtsmiddel verzet in beperkte mate opnieuw open, na de inperking met de wet van 5 februari 2016.

Olivier CATTRYSSE
16 maa. 2017
burgerlijk

Nieuwe begroting rolrechten vernietigd door het Grondwettelijk Hof

Sinds de wet van 28 april 2015 geldt een regeling, waarbij de rolrechten die verschuldigd zijn voor het aanhangig maken van een procedure bij de Rechtbank, begroot worden op basis van de waarde van het geschil.

Het Grondwettelijk Hof heeft in een arrest van 9 februari 2017 beslist dat de rolrechten niet langer mogen afhangen van de inzet van de zaak. Terecht oordeelde het Hof dat als de inzet van de zaak hoog is, dit niet noodzakelijk betekent dat het gaat om een ingewikkelde zaak, die meer werklast voor de Rechtbank met zich meebrengt.
 Dit is een goede zaak en sinds lange tijd de eerste positieve kentering die de toegang tot de Rechtbank financieel draaglijker maakt voor de aanleggende partij.

Olivier CATTRYSSE
8 maa. 2017
arbeid

vier-drie-twee regel?

Sinds enkele jaren kunt U een nieuwe werknemer die U voor een bepaalde duur in dienst neemt, geen proefperiode meer geven. Er dient dus altijd een ontslag te worden gegeven met respectering van een opzegtermijn van twee weken of langer.

Een contract van bepaalde duur kan evenwel niet 'verlengd' worden, ook al is het maar voor enkele dagen. Wat wel kan is het sluiten van een nieuw contract voor bepaalde duur.

Let wel, indien U niet voldoet aan de vier-drie-twee regel, kan het afsluiten van meerdere opeenvolgende contracten voor bepaalde duur aanzien worden als een overeenkomst van onbepaalde duur.

Wat is nu die vier-drie-twee regel? Welnu, dit houdt in dat opeenvolgende contracten van bepaalde duur mogelijk zijn als er voldaan is aan drie voorwaarden. De voorwaarde is dat het maximaal mag gaan om vier opeenvolgende contracten die elk minstens 3 maanden duren en waarbij de duur van alle contracten samen maximaal twee jaar samen bedragen.

Het tweede, derde of vierde contract van bepaalde duur kan evenwel niet meer vervroegd woren opgezegd!

Voor vragen i.v.m. Uw arbeidsovereenkomst(en) kunt U ons steeds contacteren.

Olivier CATTRYSSE
23 feb. 2017

Wij zijn verhuisd!

Zoals hier eerder reeds werd gepubliceerd namen wij per 30/01/2017 onze intrek in onze nieuwe kantoren.

Heel wat van onze cliënten konden reeds kennis maken met onze nieuwe "setting". Ook benieuwd? Surf snel naar onze facebookpagina!

Olivier CATTRYSSE
16 feb. 2017
burgerlijk

Registreer Uw huurovereenkomst

~~
Sluit u een huurcontract, dan moet dit verplicht geregistreerd worden.

Bij woninghuur dient u als verhuurder het contract en de plaatsbeschrijving binnen de twee maanden na het sluiten te registreren. Een niet-geregistreerd negenjarig woninghuurcontract kan door de huurder opgezegd worden zonder dat een opzegtermijn dient gerespecteerd te worden.

Andere huurovereenkomsten dienen binnen de vier maanden geregistreerd te worden op straffe van een boete.

Het Koninklijk Besluit van 7 december 2016 voorziet in een online registratiemogelijkheid.

Voorafgaandelijk advies inwinnen bij het afsluiten van een huurovereenkomst is dus steeds de boodschap!

Olivier CATTRYSSE
13 feb. 2017
burgerlijk

Is het een verstandige keuze om Uzelf te verdedigen?

~~
Is het een verstandige keuze om Uzelf te verdedigen? Het antwoord is vrij eenvoudig: "schoenmaker blijf bij Uw leest". Waarom zou U denken?

Ongetwijfeld vernam U via de media reeds diverse wetswijzigingen onder de noemer Potpourri. Een amalgaam van regelgeving, zonder enige consistentie. In de eerste Potpourriwet heeft de wetgever heel wat procedurele wijzigingen doorgevoerd. Eén ervan betreft ondermeer het nieuwe art. 744 Ger.W.

Sinds 1 november 2015 moeten procespartijen hun conclusies opmaken volgens een bepaald stramien. Het nieuwe artikel 744 Ger.W. stelt immers dat de rechter enkel moet antwoorden op middelen die in de juiste structuur worden uiteengezet.

Doet U dit niet, dan is de Rechter niet verplicht op de door U aangevoerde elementen te antwoorden. In het kluwen van wetgeving - en zeker in deze tijden waarin de wetgeving in sneltempo wijzigt - is het aldus zeker niet overbodig U juridisch te laten bijstaan.

"Een advocaat beter vroeg dan laat" is dan ook niet zomaar een slogan, maar een niet te misverstane gouden raad.

olivier
20 jan, 2017
verkeer

Verkeersboetes sinds 1 januari 2017 tot 30% duurder

Op 1 januari 2017 stegen de opdeciemen voor strafrechtelijke geldboeten van 50 naar 70. Dat betekent dat de boetes uit het strafwetboek en de bijzondere wetten en reglementen niet meer met factor 6 maar met factor 8 moeten worden vermenigvuldigd. Concreet wordt artikel 1, eerste en tweede lid van de opdeciemenwet strafrechtelijke geldboeten van 5 maart 1952 aangepast. Een boete voor dronken rijden, wordt zo minstens 400 euro duurder wanneer het voorval voor de rechter komt. Met de extra inkomsten wil de wetgever de hervormingen bij justitie verder realiseren en het vervolgingsbeleid versterken.

De stijging van de opdeciemen komt trouwens niet alleen. De Programmawet van 25 december 2016 verhoogt bijvoorbeeld ook de geldboete in het geval de minnelijke schikking niet tijdig wordt geregeld. Het bedrag wordt daar opgetrokken met 35%.

Wie op de bon gaat voor een verkeersovertreding, zal vijf procent meer moeten betalen.